Het Goede Leven, column 1 oktober 2019
Alle alarm – of juist berusting – over de doorgaande ontkerkelijking hier in Nederland ten spijt, christenen en kerken hebben wel degelijk een rol te spelen in het publieke debat.
Bijvoorbeeld om bruggen te bouwen in een samenleving die steeds pluriformer wordt. Maar ook om te laten zien hoe pluriform christenen en kerken zelf zijn. Niemand heeft immers het alleenrecht op christelijk geloven en leven, niet binnen de kerk en evenmin daarbuiten.
Ik vind dat het hoog tijd is voor gesprek over die pluriformiteit binnen de kerk. En dat zonder oekazes en Nashville-verklaringen.
Geen alleenrecht
Ook buiten de kerk heeft niemand het alleenrecht op het christelijk geloof. Niet om het naar eigen inzicht te reduceren tot een bepaalde cultuur. Nog minder om het in te zetten als politiek middel voor het creëren van vijandbeelden, zoals hier in Nederland wel gebeurt.
Godsdienst wordt ook op extremere manieren misbruikt. Toen ik in de jaren tachtig als docent theologie in Chili werkte, werd de grootste pinksterkerk van het land ingezet ter legitimatie van de militaire dictatuur, omdat de rooms-katholieke bisschoppen kritisch afstand hadden genomen.
Met onze studenten bespraken we de betekenis van bevrijdingstheologie en hun deelname aan protestbijeenkomsten, die uiteindelijk leidden tot een referendum en de val van generaal Pinochet.
De afgelopen dertig jaar hebben we gezien hoe in Latijns-Amerika populistische leiders naar huis gestuurd werden, hoe democratie gloorde in alle landen, maar ook hoe nu de balans nu weer de andere kant op lijkt te gaan.
Brazilië
En opnieuw worden kerk en geloof ingezet. De vorig jaar gekozen Braziliaanse president Bolsonaro, wiens tweede voornaam Messias is, baseert zijn conservatief nationalisme op een christelijke identiteit: ‘Brazilië boven alles en God boven iedereen’.
Zijn (her)doop in de rivier de Jordaan kan gezien worden als een verkiezingsstunt met het oog op de miljoenen stemmen van pinkstergelovigen. Daarmee wordt het beeld
versterkt dat christenen, van Brazilië tot de VS , van de Filipijnen tot Rusland en Hongarije, kritiekloos achter het soort leiders als Trump, Duterte, Poetin en Orbán staan.
In China gaat het andersom. Daar wordt geloof letterlijk gegijzeld en onderworpen aan een campagne waarin de godsdiensten van niet-Chinese oorsprong, zoals christendom, islam en Tibetaans boeddhisme, moeten ‘contextualiseren’, zich aanpassen aan de Chinese cultuur en traditie, en dat onder verscherpt toezicht van de overheid.
Toe-eigenen
Het enige dat de kerken – daar en hier – kunnen doen is zich het geloof weer toe-eigenen. Dat kan door ruimte te scheppen voor een werkelijk binnenkerkelijk gesprek over pluriformiteit en, waar mogelijk, een publiek debat over ‘kerk en wereld’.
Het christelijk geloof overstijgt immers alle grenzen, hoe belangrijk en verschillend de context waarin we leven ook zijn.